RIET SCHENNINK De canon van onderaf Canon betekent letterlijk ‘wet’ of ‘aanvaarde regel’. In het verkeer is het aangenaam dat iedereen die dezelfde kant opgaat aan dezelfde kant van de weg rijdt op straffe van een bekeuring; kunsten en wetenschappen horen tegendraads te kunnen zijn zonder repercussies.1 Ik ben het hier grondig mee eens. Kunst maken is een persoonlijke oriëntatie op het maken, of dat nu gaat om een subjectieve emotionele oriëntatie of een conceptuele afstandelijke oriëntatie, het is de kunstenaar zelf die dit bepaalt. Het is natuurlijk van belang dat studenten en docenten zich kunsthistorisch en kunsttheoretisch oriënteren op de kunst. Maar is het goed, zinvol en nodig, zo’n algemene Canon? Ik denk van niet. Ik vind het belangrijker dat men kan discussiëren en van mening kan verschillen dan dat men uitgaat van een algemene norm. Stilzwijgend instemmen met zo’n normerende canon leidt tot conservatisme en kritiekloze acceptatie van heiligheid van die wet. Deze lezingen willen een tegenbeweging maken door de aandacht te richten op de persoonlijke canons van kunstenaars. Hoe ziet zo’n canon eruit, en hoe komt hij tot stand? En is het een tijdelijke afspraak of is hij van lange duur? En hoe afhankelijk is die canon van mode’s en trends? Dit en andere vragen zijn het onderwerp van deze lezingencyclus. In de persoonlijke praktijk van kunstenaars of vormgevers kan zo’n canon van alles zijn. Het is in ieder geval een persoonlijke en bijzondere voorkeur of methode, die verbonden is met het ontstaansproces van kunstwerken. In dat proces wordt de canon uitgevonden en veroverd en waarschijnlijk ook weer bijgesteld. Je kan zo’n canon ook de kernwaarde van je beroepsuitoefening noemen, zoals een van de deelnemers in een voorgesprek met mij verwoordde. Maar een ding is zeker, deze persoonlijke canon onderscheidt zich van de algemene en wetgevende canon die eerder van bovenaf opgelegd wordt, en die verwijst naar het verleden. De persoonlijke canon is enkelvoudig en als het al een wet is, is het een wet voor de kunstenaar zelf, die in de loop van zijn proces ook zijn geldigheid weer kan verliezen. Riet Schennink, oktober 2011 1. www.denieuwe.nl/Canon/artikelen/GoukeNotebomer.html
Mirjam Kuitenbrouwer 1967 NL Leeft en werkt in Arnhem, Opleiding: Hogeschool voor de Kunsten Arnhem 1984–1989, Jan van Eyck Academie Maastricht 1989–1991, Laatste tentoonstelling: Dynamics of representation (samen met Toon Teeken) Galerie Ferdinand van Dieten Amsterdam. Komende Groepstentoonstelling LICHT! Nieuwe Vide in Haarlem: 29 10 - 03 12 2011 Kuitenbrouwer’s werk gaat over waarnemen. Het waarnemen in haar werk geschiedt altijd door iets anders heen; lenzen en vergrootglazen vervangen het menselijk oog. Haar werk bestaat vaak uit samengestelde beelden en fragmenten van beelden die onderlinge associaties aangaan. Eigenlijk is Kuitenbrouwer een verzamelaar van beelden en ontstaat er in elk werk wel weer een klein archief. In de tekst Der erweiterte Blick schrijft ze het volgende: Mijn verhouding tot de wereld is een indirecte. Alles in mijn werk duidt op die indirecte omgang, evenals de titels van teksten en tentoonstellingen: ‘Instant extension’, ‘De wereld is een omleiding’, ‘Hier is gisteren – Yesterday is here’, ‘Autoreverse reflections’. Om tot een (reflexief) inzicht te komen moet er iets tussen waar je op uitziet en jezelf geschoven worden. Iets dat de blik niet blokkeert, maar omleidt. Kuitenbrouwer probeert door middel van haar werk grip op de wereld te krijgen. Omdat we de wereld van zo nabij meemaken en aanschouwen moet er altijd iets tussen geschoven worden. Een tussenruimte die soms een loep is, maar het kan ook een lens zijn. Een loep om iets kleins dichterbij te brengen en soms een lens om het verre zichtbaar te maken. Maar de tussenruimte, waardoor we afgesloten van de wereld en op afstand een eigen beleving opbouwen, blijft een constante in het werk van Kuitenbrouwer. Riet Schennink, oktober 2011 excerpt from brochure De canon van onderaf, AKI/ArtEZ, Enschede 2011
De canon van onderaf woensdag lezingen 09 - 30 11 2011 AKI / ArtEZ, Enschede
Merijn Bolink Henrik Kröner Geert Voskamp Florette Dijkstra Ben Kruisdijk Harmen Liemburg Mirjam Kuitenbrouwer Karin Seijdel
lecturer Riet Schennink |
||||||
![]() |
||||||