|
 |
|
Verenigde uitzichten
Architectuur – de kunst van het bouwen – is bescherming. Een kader om te bepalen waar je je ophoudt, de gelegenheid waar je je afzijdig houdt van een andere omgeving. Een huis is een omsingeling van de bewoner. Te leven in de uiterste afzijdigheid van die omgeving is de habitus van een kluizenaar. Zijn verblijf bestaat uit één kamer, een eencellig huis. Om je omgeving in afzondering te bewonen. Een heimelijk verlangen. Maar dan wel naar dat van een kluizenaar met een balkon. Een balkon voor introspectie. Het aantrekkelijke in het woord ‘kluizenaar’ is dat het de behuizing en de mens doet samenvallen. Op de spits gedreven eenheidsdrift*.
Balans
Als het werk z’n voltooiing nadert, wanneer het moment in zicht komt waar ik me eruit zal terugtrekken, is dat proces vergelijkbaar met het lamleggen van een fabriek, die de overuren niet langer uitbetaalt. Als je werkt ben je een baggermachine en transportband en verbrandingsoven en assemblagepark tegelijk. Moeiteloos. Want de strijd in het werk gaat niet om hoe die fabriek draaiende te houden, maar om het ideaal van de directie. En de directie is ondergetekende. Van een besloten vennootschap, die bij oplevering van ieder nieuw product over de kop gaat. Failliet. En doorstart. Schuldeloos, want bij heropening is met het verleden afgerekend.
*) Carry van Bruggen, Hedendaagsch fetischisme, Querido, 1925, p. 9-10: De zelfonderscheiding creëert het afzonderlijke. Derhalve: Er is geen ander zijn dan anders-zijn. Er is geen ander willen-zijn dan anders-willen-zijn. Levensdrift is Distinctiedrift. […] Zoo ontwikkelt zich een tweede formule naast de eerste: Distinctiedrift is levensdrift Eenheidsdrift is doodsdrift In het drijven naar synthese drijft de mens naar zelfopheffing.
|
|
|